Bushmail
Bushmails 79 - 88
Bushmails 69 - 78
Bushmails 59 - 68
Bushmails 49 - 58
Bushmails 39 - 48
Bushmails 29 - 38
Bushmails 19 - 28
Bushmails 9 - 18
Bushmails 1 - 8
Salibonani!
Jarenlang roepen we al ‘eigenlijk zouden we eens iets meer van Zimbabwe moeten zien’. En dat is meer dan waar want in de afgelopen vijf jaar hebben we voornamelijk in Hwange National Park rond gereden. Verder dan Victoria Falls en Bulawayo zijn we zelden tot nooit gekomen en als dat al zo was was het altijd werk gerelateerd. Altijd was er een excuus om niet door Zimbabwe te reizen, we waren te druk, brandstof was schaars, de politiek was instabiel enz. Toen Hans mij vertelde dat hij me na mijn promotie mee op vakantie wilde nemen naar een plek van mijn keuze hoefde ik niet lang na te denken; Zimbabwe. En dus brak eindelijk de dag aan dat we met een volgeladen, volgetankte oude Landrover om vroeg in de ochtend bij het project weg reden met als missie meer van Zimbabwe zien! De eerste echte vakantie in de afgelopen vijf jaar!
Helemaal spontaan was het niet. Rosemary Groom een goed kennis van ons die aan de andere kant van Zimbabwe een wilde honden project heeft had ons, een aantal jaren geleden toen ze ons bezocht, uitgenodigd langs te komen. En hoewel we elkaar over de jaren meerdere malen op congressen in Canada en Zuid-Afrika tegen het lijf liepen kwam het er maar niet van om elkaar in Zimbabwe te ontmoeten. Met het afronden van mijn PhD had ik ook geen excuus meer om niet bij Rosemary op bezoek te gaan en dus was het eerste dat ik deed toen ik weer op Zimbabwaanse bodem aankwam haar mailen met de boodschap dat we nu echt haar kant opkwamen. Als we dan toch helemaal die kant op reden konden we net zo goed ook de ruines van Great Zimbabwe, Lake Kyle, Gonarezhou National Park en de eeuwen oude rots schilderingen van de San stammen in Matopos National Park bezoeken, want daar kwamen we dan toch langs. En zo werd een werkbezoek een heuse vakantie.
We besloten eerst mijn promotie feest te geven en een paar dagen later te vertrekken. Aangezien het toen ik terug kwam in Zimbabwe ’s avonds ijskoud was had ik dat uitgesteld tot Augustus wanneer de avonden beter uit te houden zijn en je je niet met z’n allen in dikke lagen kleding om een groot vuur hoeft te verzamelen maar lekker in je zomerjurk kunt staan dansen. Ja, dat geeft immers toch een feestelijker gevoel, niet?! Met 12 kratten bier, 12 kratten cola, 40 kilo koe en 20 kilo kip kon het feest zaterdag middag beginnen. Om alle stakeholders te kunnen bedanken voor hun hulp tijdens de afgelopen jaren, had ik naast het personeel en de andere onderzoeksprojecten ook de chief, National Parks, Forestry Commission en de managers van de naburige lodges uitgenodigd. Iedereen was blij verrast dat ik mijn succes op deze manier wilde delen, iets dat in de Zimbabwaanse cultuur niet vaak voorkomt. Met gratis drank, eten en muziek is een feest hier al snel een succes. Al snel stonden zowel onze blanke als zwarte vrienden op de dansvloer (of de tafels) te swingen. Iedereen had het duidelijk naar zijn zin en ik dus ook! Voor we het wisten was het tien uur en was het tijd om iedereen weer naar huis te brengen.
Vier dagen later brak onze vakantie aan. Een weekje vakantie in Zimbabwe is niet hetzelfde als een weekje Centerparks in Nederland. Het begint er al mee dat we, om al de bovengenoemde plekken te bezoeken, 2250 kilometer gereden hebben in een auto die niet harde dan 85 kilometer per uur kan. Daarnaast moet je van de National pic nic sites waar we overnachtten naast (vaak koud) stromend water en een toilet, niet teveel verwachten. De meeste nachten kookten we op een vuurtje en sliepen we achterin de auto. En dat terwijl Hans altijd roept dat hij niet van kamperen houdt! Toch vergeet je al snel dat het allemaal wat primitief is als je ’s ochtends wakker wordt met een adembenemend mooi uitzicht over Lake Kyle of de Runde River. Ook het vakantie gevoel was er niet minder om. Vooral toen we, al foto’s makende, de ruines bij Great Zimbabwe beklommen voelde we ons echte toeristen. De twee dagen bij Rosemary waren erg gezellig. Het is altijd leuk en interessant om te kijken hoe anderen een project runnen. Natuurlijk gingen we erop uit om een pack wilde honden te zoeken, we vonden de dieren bij hun den! Na twee dagen honden zoeken en in een normaal bed geslapen te hebben was het tijd om weer een pic nic site aan te doen. Deze keer in Gonarezhou National Parks waar we de enige toeristen in het hele park waren.
Het werken in de bush maakt ons toeristische watjes. Waar de gemiddelde toerist voor primitief en avontuurlijk gaat om de sleur van het gedomesticeerde leven te doorbreken, gingen wij voor comfortabel en veilig. ‘Zullen we op deze pic nic site slapen’ vroeg Hans aan mij toen we bij de adembenemend mooie Cholojo cliffs stonden. Ik keek om me heen, zag een gat in de grond dat als toilet diende, geen stromend water en een half vervallen barbecue plek. ‘Nee, we zijn op vakantie’ was mijn antwoord en dus reden we terug naar de pic nic site met (warm!) stromend water en toilet. ‘Gaan we deze avontuurlijke off road drive door de rivier echt doen’ vroeg ik aan Hans toen we zagen dat de weg ophield en aan de andere kant van de rivier weer door ging. ‘Nee, we zijn op vakantie’ was zijn antwoord, en dus keerden we om en vervolgden onze weg over de ietwat betere rotspaden. Op de laatste dag van onze vakantie verruilden we de vertrouwde pic nic site zelfs voor een heus National Parks huisje op de rotsen van Matopos National Parks. Nadat we die ochtend de laatste rots schilderingen in het park bezocht hadden was het na zeven hele dagen vakantie tijd om weer op huis aan te gaan. Terug naar ons vertrouwde primitieve avontuurlijke leven in de bush!
X Es
naar boven Bushmail 97 - 17-08-2011
Salibonani!
Eindelijk een rustig weekend dacht ik bij mezelf. Het vorige weekend was namelijk nogal hectisch verlopen, meer voor Hans dan voor mij… Terwijl Hans die zaterdag een plan aan het maken was om voor vijftien man te koken (we hadden nogal wat gasten over de vloer) ging de telefoon, Greg Gibbard stond met pech en de ingrediënten voor onze maaltijd bij Halfway house. En dus reed Hans met gereedschap en sleepstang de 50 km naar Halfway house. Helaas had Greg te laat gezien dat de temperatuur meter van zijn auto in het rood stond en was pas gestopt toen er rook onder de motorkap vandaan kwam. Aan een gekookte motor is ter plekke weinig te doen en dus moest Greg naar huis gesleept worden. En natuurlijk, zondag was het weer raak. Wederom stond Hans voor vijftien man te koken toen de telefoon ging. Roger en Jessica, goede vrienden van ons, stonden met pech bij Lupane, 100 km van ons vandaan. En weer ging Hans met gereedschap en sleepstang op pad terwijl ik me vertwijfeld afvroeg wat ik met die drie dode kippen aan moest (ik ben nou eenmaal niet zo’n kok). Op weg naar Lupane zag Hans Thijs met zijn familie bij de auto rond een groot vuur langs de weg staan. Dat is meestal geen goed teken en inderdaad, Thijs had ook pech; de V-snaar was van de auto gelopen. Hans reed eerst naar Roger en Jessica waar al snel duidelijk werd dat de auto niet ter plekke gerepareerd kon worden. En dus sleepte hij Roger en Jessica langs Thijs waar de V-snaar van de ene kapotte auto op de andere gezet werd en Thijs in ieder geval die avond met zijn familie richting huis kon. Roger en Jessica moesten bij ons in de bush overnachten voor ze de volgende ochtend met een geleende auto hun weg konden vervolgen. De auto ellende bleef niet bij dat ene weekend, we waren zelf ook aan de beurt.
Toen ik een paar dagen later met mijn Landrover naar de stakeholders meeting bij Halfway house reed hoorde ik een vreemd rammelend geluid uit mijn auto komen. Ik besloot Hans voor de zekerheid maar even te bellen. Ik was inmiddels bij Halfway house en terwijl ik daar rondjes om de benzine pomp reed hield ik de telefoon bij de plek waar het geluid vandaan kwam. ‘Hoor je dat, dat tak takke tak?!’ riep ik boven het lawaai uit, ‘en mijn remmen voelen ook zwaar’. Hans wist genoeg, terwijl ik zat te vergaderen kwam hij met een nieuwe vacuüm pomp naar Halfway house om auto’s om te wisselen en mijn auto te repareren. En dat was maar goed ook want we waren halverwege de vergadering toen er werd gevraagd of ik een vrouw naar de kliniek wilde rijden die aan het bevallen was. Dat heb ik weer dacht ik bij mezelf terwijl ik met één van de stakeholders communal land in reed om de vrouw op te halen. In mijn hoofd probeerde ik te bedenken wat ik zou moeten doen als ze echt al aan het bevallen was, zo snel mogelijk naar de kliniek rijden besloot ik… Laurie van het leeuwenproject heeft nog niet zo lang geleden een vrouw helpen bevallen langs de weg bij Safari lodge, maar ja die heeft zelf al eens een kind op de wereld gezet en dat maakt het toch makkelijker… Daarnaast had ik geen handschoenen of iets dergelijks bij me (iets waar je in een land waar 1 op de 3 mensen aids heeft toch bij na moet denken) omdat Hans er net met mijn auto vandoor gegaan was. We kwamen de vrouw en twee andere vrouwen halverwege tegen, met baby! Ze bleek de dag ervoor bevallen te zijn maar had nu weer krampen. Aangezien ze eruit zag alsof ze erge pijn had en het ondanks mijn vragen niet duidelijk te krijgen was wat er nou mis was besloot ik maar gewoon naar de kliniek te rijden en haar daar met baby en de andere vrouwen af te zetten. Bij elke hobbel in de weg zag ik het gezicht van de vrouw vertrekken en bij de kliniek aangekomen viel ze bijna flauw. Ik heb haar afgezet en ben zelf terug naar de vergadering gereden, ik hoop maar dat het niet te ernstig was.
Goed, en toen was het weer weekend. Rustig werd het niet, de zondag was net aangebroken toen ik een telefoontje kreeg dat er een buffel met een strik voor Sekumi tree lodge liep. Natuurlijk reden we als een speer die kant op. Toen we aankwamen was de helft van de ongeveer 300 buffels tellende kudde al in de bosjes verdwenen. De koe waar we naar op zoek waren was nergens te bekennen. Wel waren er twee landeigenaren aanwezig, de ene was door de lodge op de hoogte gesteld, de andere niet. En zo werd het ineens een politieke bijeenkomst. Na wat op een neer gepraat waarbij ons duidelijk gemaakt werd dat we toestemming moesten vragen om over het land te rijden en wij duidelijk probeerden te maken dat de eerste prioriteit het dier is en we na het darten mensen altijd op de hoogte stellen van wat we gedaan hebben, ging ieder zijn eigen weg. Die avond werden we weer gebeld door Sekumi tree lodge, de buffels waren terug. Helaas bleek dit een deel van de kudde van die ochtend, de koe met strik liep er niet tussen. Een paar dagen later hoorde ik vanuit mijn huis het kenmerkende geloei en gesnuif van een kudde buffels. Snel liep ik met Hans naar Ganda lodge waar inderdaad een enorme kudde buffels richting de waterplaats kwam lopen. Binnen een paar minuten had ik haar in het vizier, de koe met een strik om haar voorpoot. Hebbes dacht ik bij mezelf, bij de lodge waren twee dierenartsen aanwezig die ik via via kende, mooier konden we het niet treffen. Nou ja, in theorie dan want ik moest natuurlijk eerst toestemming vragen aan de lodge manager, die vervolgens de Forester in Dete moest bellen, die vervolgens het hoofdkantoor in Bulawayo moest bellen. Tegen de tijd dat we toestemming kregen waren de buffels klaar met drinken. ‘Ja we mochten darten maar dan moesten we wel even een ranger ophalen in Dete’. Dete is 30 minuten rijden… We moesten dus met lede ogen toezien hoe de hele kudde weer de bosjes in verdween. Inmiddels heb ik iedereen op de hoogte gesteld van het feit dat deze buffel koe in ons gebied rond loopt dus laten we hopen dat ze snel weer gezien wordt en we haar zonder al teveel bureaucratie en politiek van de strik kunnen verlossen.
X Es
naar boven Bushmail 96 - 02-08-2011
Salibonani!
En dan het verhaal van de ‘game fence’ in Victoria Falls… Met tien honden in het rehabilitatiecentrum was het tijd om er een aantal terug in het wild te plaatsen. De vijf ‘pups’ in de ‘rehab’ zijn inmiddels ruim anderhalf jaar oud, de leeftijd waarop ze in het wild ook van hun pack af zouden splitsen. En dus werd besloten dat de ‘pups’ samen met een oudere ervaren wilde hond de Ukusutha pack zou gaan vormen en naar het Victoria Falls Private Game Reserve verplaatst zou worden. Dit ‘game reserve’ dient als een tijdelijke verblijfplaats waar de pack in een enigszins gecontroleerde omgeving kan leren jagen. Nou ja, gecontroleerd… het hek om wildparken is normaal gesproken goed genoeg om buffels, olifanten en giraffes binnen te houden maar kleinere diersoorten als wrattenzwijnen, bavianen en wilde honden graven er met gemak onderdoor. In eerste instantie zou het hele terrein daarom met speciaal Chinees gaas omheind worden maar helaas is de container met gaas ergens in China blijven steken. En dus werd het hek zo honden ‘proof’ mogelijk gemaakt in de hoop dat we de dieren zo lang mogelijk op het terrein kunnen houden. Dat bleek niet lang… Drie dagen na loslaten sprongen de zes wilde honden over een muurtje bij de lodge en liepen zo het hek uit dat plat op de grond bleek te liggen. Inderdaad, dat was het moment waarop Esther en Hans gebeld werden om te komen helpen.
Toen we die middag bij de lodge aankwamen was het team er in ieder geval al in geslaagd de wilde honden met vlees terug het terrein op te lokken, de dieren lagen naast de lodge te slapen. We besloten een tweede poging te wagen en de pack terug in de kooi te lokken waaruit ze drie dagen ervoor losgelaten waren. Dit zou ons tijd geven het hek te laten repareren en de 30 km lange omheining langs te lopen om te kijken of die echt wel zo honden ‘proof’ was. Zo gezegd zo gedaan, we bonden een groot stuk vlees achter één van de auto’s en slaagden erin de honden achter de auto aan te laten rennen en op te sluiten. Goed, dat was alvast een probleem minder. De volgende ochtend gingen Hans, ik, Jealous, Xmas, Mary, Edward en het parttime hekken team vol optimisme op pad om het hek te controleren. Dat optimisme was snel vergeten toen we erachter kwamen dat er in de omheining meerdere gaten zaten waar de honden gemakkelijk door hadden kunnen ontsnappen. Met gaas, tangen en ijzerdraad gingen we aan de slag om de boel te repareren. Aan het einde van de dag waren we vijf kilometer verder, hadden een aantal van ons hardhandig geleerd op welke draden elektriciteit stond, zaten we onder de krassen en sneden van het gaas en kon ik van ellende mijn handen niet meer bewegen (ja inderdaad computerhandjes…). Nog 25 kilometer te gaan…
Na nog eens twee dagen bikkelen waren we tien kilometer verder en kwamen we tot de conclusie dat het iets te optimistisch gedacht was dat we in een week het hek konden repareren. En dus besloten we dat ik samen met Xmas, Jealous en Mary de omheining langs zou lopen om te kijken waar de grote problemen zaten. Hans zou in de tussentijd de auto repareren waarvan de dag ervoor de waterpomp het begeven had. Een rondje langs het hek lopen bleek een stuk avontuurlijker dan het in eerste instantie klinkt. We moesten rotspartijen beklimmen en riviertjes overspringen terwijl we onze ogen open hielden voor de buffels, zwarte neushoorns en leeuwen die het gebied rijk is. Toen we de hoek omsloegen richting de compound waar de medewerkers van de game reserve wonen werden we bijna overreden door twee olifanten, de olifanten bestuurders zaten breed lachend op hun olifanten te zwaaien terwijl wij geschrokken het hek van de compound insprongen. Op het terrein vinden safari’s op olifanten plaats, we hadden er even geen rekening mee gehouden dat we de dieren met hun verzorgers zomaar ergens op de compound tegen konden komen. We waren bijna aan het einde van de eerste 10 km omheining toen we verse afdrukken van leeuwenklauwen zagen van een leeuw die geprobeerd had onder het hek door te graven. We besloten unaniem dat we de laatste 200 meter dwars door meters hoog grasland maar even lieten voor wat het was. Gelukkig bleek dat het meest avontuurlijke moment van de dag en waren onze grootse vijanden niet de buffels, neushoorns en leeuwen maar de honderden minuscule teken die een weg naar onze huid probeerden te vinden. Die avond zat er dus niets anders op dan onszelf in een bad vol Dettol te dompelen. Tja, dat is minder romantisch dan een bad in Dove maar uiteindelijk beter dan het krijgen van tic bite fever. Natuurlijk was het hek niet in een dag te lopen en dus vervolgden we de tweede dag onze weg. In totaal vonden we ruim 100 plekken waar de wilde honden naar buiten hadden kunnen lopen, onze inspectie was dus in ieder geval wel de moeite waard.
Onze conclusie was dat de omheining verre van honden ‘proof’ was en het dus verstandig was om voor we de wilde honden weer los zouden laten eerste een ‘fence team’ de omheining te laten repareren. Terwijl wij die middag na een week ploeteren op huis aan gingen ging het ‘fence team’ voor een maand richting Victoria Falls. Inmiddels is de omheining min of meer honden ‘proof’ en lopen de wilde honden weer los op de game reserve. Hans en ik hebben de koffers uitgepakt, de draad van ons ‘normale’ Zimbabwaanse leven weer opgepakt en wachten gewoon op het volgende telefoontje…
X Es
naar boven Bushmail 95 - 29-06-2011
Salibonani, en eigenlijk ook nog een beetje Bonjour!
Na weken van bushmail stilte eindelijk weer eens tijd voor een update, wat is er veel gebeurd! Na de conferentie in Kruger National Park was het voor Hans en mij tijd om voor de laatste loodjes richting Europa te vertrekken. Onze eerste stop was Nederland waar ik mijn familie weer in de armen kon sluiten maar ook de laatste puntjes op de i moest zetten om mijn proefschrift op tijd bij de jury af te kunnen leveren. En als je er eenmaal goed voor gaat zitten zijn er natuurlijk altijd meer puntjes op de i te zetten dan je aanvankelijk hoopt… Naast de inhoud van mijn proefschrift moest ik mij ook bezig gaan houden met de lay-out en bij de drukker papiersoorten en kleuren uit gaan zoeken. Tja, dan begint het ineens toch wel echt te worden allemaal.
Na een paar weken Nederland reisden we met de trein naar onze tweede stop; Lyon. Aangezien we hetzelfde appartement gehuurd hadden als vorige keer was het voor ons als thuis komen. Het enige verschil was dat we vorige keer met vijftien centimeter sneeuw in dikke winterjassen door de stad banjerden en nu in onze zomerjassen langs de Rhône van het mooie weer konden genieten. Vanuit thuis werkte ik dagelijks aan mijn proefschrift en de presentatie voor mijn verdediging. Natuurlijk probeerden we ook nog wat leuke dingen te doen. Ons paasweekend brachten we door op een berg vlakbij Grenoble waar we onze vrienden, die vroeger onderzoek deden aan hyena’s in Hwange National Park, bezochten. We brachten een midweek door op een oude boerderij met paarden in Beavoir-sur-Noirt, bij vrienden die het zebra project in Hwange National Park opgezet hebben. Naast dit alles probeerde ik alle zaken te regelen die mijn begeleider, die op dat moment in Zimbabwe zat, niet geregeld had. Bijvoorbeeld het boeken van het zaaltje voor de verdediging en het invullen van alle (Franse) formulieren voor de ‘Ecole doctorale’. Na zonder resultaat verschillende Engelse e-mails naar de administratie van de universiteit gestuurd te hebben besloot ik het met woordenboek, google vertalen en vier jaar Frans VWO eens in het Frans te proberen. Tot mijn verbazing had ik binnen een dag een antwoord! Vanaf dat moment schreef ik e-mails in gebrekkig Frans en kreeg ik zowaar dingen geregeld.
Tijdens het regelen van de administratie bleek tot mijn schrik dat, hoewel de verdediging gepland stond voor 27 mei, het niet duidelijk was of deze ook daadwerkelijk plaats zou vinden. Dit hing namelijk af van de jury rapporten, als de jury na het lezen van mijn proefschrift een positief advies gaf was alles in kannen en kruiken zo niet… Tja daar wilde ik nog even niet over nadenken aangezien we net ons retour ticket naar Zimbabwe voor de laatste keer verzet hadden om de deadline van de drukker te kunnen halen. Om nog maar niet te spreken over de tickets die mijn familie inmiddels geboekt had om de 27e in Lyon bij mijn verdediging aanwezig te kunnen zijn. In spanning zat ik aan mijn presentatie te werken waarvan ik niet met zekerheid wist of ik die ook daadwerkelijk de 27e zou gaan geven. Twee weken voor de verdediging kwamen één voor één de rapporten binnen druppelen, de één nog positiever dan de ander. Toen ik het laatste rapport kreeg waarin mijn werk ‘een belangrijke bijdrage aan de kennis over en bescherming van de Afrikaanse wilde honden’ genoemd werd heb ik mijn tranen van opluchting en blijdschap rijkelijk laten vloeien. Wat een ontlading, nu wist ik het zeker, niet alleen zou ik de 27e mijn proefschrift verdedigen maar eigenlijk kon ik op het moment dat het laatste positieve advies binnen kwam de champagne open trekken aangezien de verdediging op zich vooral een ceremoniële aangelegenheid is. Jaren ben je aan het ploeteren en denk je samen met je begeleider dat je op de juiste weg bent. Je doet je best en hoopt dat je werk goed is, om dat in de jury rapporten bevestigd te zien is niet alleen een erkenning maar voelt ook een beetje als de kroon op je werk!
Natuurlijk was ik de dagen voor de verdediging alsnog zenuwachtig. Op dagelijkse basis hoorde Hans geduldig drie tot vier keer mijn presentatie aan en bleef hij herhalen dat het echt wel goed zou komen. Natuurlijk moesten er op het laatste moment door mijn begeleider nog administratieve nood sprongen gemaakt worden omdat de verschillende instanties niet met elkaar gecommuniceerd hadden. De as-wolk die ineens vanuit Ijsland naar Europa kwam drijven leek nog even roet in het eten te gaan gooien en zowel de vluchten van mijn familie als het meest prominente lid van de jury te boycotten. Gelukkig kwam ook dit op het laatste moment goed. En zodoende stond ik de 27e om 14 uur in een zaaltje ergens op de campus van de Universiteit van Lyon tegenover de jury, Hans, mijn vader, moeder, zusje, tante en mede studenten van het lab mijn proefschrift te verdedigen. Ik weet half niet meer wat ik gezegd heb maar ik ben de veertig minuten durende presentatie op de automatische piloot zonder hakkelen doorgekomen terwijl ik Hans op de tribune mijn woorden zag nasynchroniseren. Toen ik eenmaal aan het praten was viel alle spanning van me af en het beantwoorden van de vragen van de jury was dan ook geen zenuwslopende aangelegenheid. Aangezien ik de juryrapporten gezien had en je aan de hand daarvan wel een beetje in kunt schatten welke kant mensen opdenken was ik goed voorbereid en kon ik de meeste vragen met behulp van de dia’s die ik achter mijn presentatie gemaakt had beantwoorden. Voor de aanwezigen in de zaal waren de twintig tot dertig minuten vragen per jury lid een lange zit, voor mij vloog de tijd om en voor ik het wist stonden we in de tuin van de universiteit de champagne open te trekken. Met een deel van de jury, familie en Franse vrienden doken we daarna een wijnbar in om de avond op gepaste Franse wijze af te sluiten.
Tja, en dan is het de ‘morning after’ en terwijl je met een kater aan het wakker worden bent vraag je je net als na je bruiloft af wat er nou eigenlijk veranderd is. De conclusie is, eigenlijk niets, en dus kun je weer door met de orde van de dag. Na een gezellig weekend met de familie in Lyon was het dus tijd om, volgens Franse traditie, alle op en aanmerkingen van de jury in mijn proefschrift te verwerken en het manuscript naar de drukker te sturen voor we weer richting Nederland vertrokken. Na een feestje in Nederland, tijd met familie en vrienden, het afronden van het proefschrift en de flyer en het eten van teveel drop brak de dag van vertrek naar Zimbabwe aan. In de ochtend zouden we het proefschrift en de flyers bij de drukker oppikken zodat we die in onze koffers konden pakken en ’s avonds mee op het vliegtuig naar Zimbabwe konden nemen. Het was niet onze dag… De regen kwam met bakken uit de hemel en onze trip naar Den Haag duurde uren. Op de weg terug kwam ik er vervolgens achter dat er op de kaft van mijn proefschrift een spelfout in de titel gemaakt was. Het huilen stond me nader dan het lachen. Na overleg met de drukker werd besloten dat ik alle proefschriften in Nederland zou laten en mijn ouders deze terug naar de drukker zouden brengen waar ze de kaft eraf zouden snijden en een nieuwe kaft aan zouden brengen. Goed er was dus in ieder geval een oplossing.
Op Schiphol namen we afscheid van mijn ouders en stapten het vliegtuig naar Frankfurt in. Helaas, ze hadden een nieuwe verkeerstoren op Frankfurt die niet optimaal werkte en dat, samen met het slechte weer, zorgde ervoor dat we met behoorlijke vertraging op Frankfurt landden. Hoewel voor de meeste passagiers omgeroepen was of ze wel of niet omgeboekt waren hadden wij niets te horen gekregen, sterker nog de stewardess wist ons te vertellen dat alle vluchten waarschijnlijk ruim veertig minuten vertraging hadden en we dus onze vlucht naar Johannesburg nog wel zouden halen. Niet dus… Toen we rennend en puffend op het tijdstip van vertrek bij de incheck balie aankwamen was er geen vliegtuig of Lufthansa personeel meer te bekennen en dus moesten we ons bij het service center op de volgende vlucht die twee uur later zou vertrekken laten boeken. De schade leek mee te vallen want deze vlucht zou nog ruim op tijd op Johannesburg aankomen om de aansluiting naar Victoria Falls te halen. Helaas dat was te optimistisch gedacht, ruim twee uur zaten we in het vliegtuig te wachten op de veertig passagiers die vertraging hadden met hun voorgaande vlucht. ‘I’m sure you would have appreciated us waiting when you would have had a delay’ zei de piloot over de intercom. Inderdaad ja, als ons voorgaande vliegtuig vijf minuten had gewacht hadden we dat zeker op prijs gesteld…
Door al het wachten en de cirkels die we de volgende dag boven Johannesburg vliegveld moesten draaien voor we konden landen misten we onze vlucht naar Victoria Falls op tien minuten. Aangezien vele mensen met ons hun aansluiting gemist hadden was de rij voor de Lufthansa balie eindeloos en waren de mensen in die rij zeer boos en ongeduldig. Tegen de tijd dat wij aan de beurt waren om te klagen was het te laat om de laatste vlucht met British Airways naar Victoria Falls nog te halen en dus moesten we én een omboeking én een overnachting zien te regelen. Aangezien het meisje achter de balie door onze voorganger voor rotte vis uitgemaakt was besloten Hans en ik de vriendelijke benadering te proberen. Tja, ze vond het heel vervelend allemaal maar wij kregen, net als onze voorganger, de mededeling dat het contract met Lufthansa ophield op de eindbestemming Johannesburg en dat ze dus niets voor ons kon doen. Goedlachs en vriendelijk lieten we ons niet afwimpelen en vroegen we of we de manager konden spreken omdat het naar ons idee niet terecht was dat ons vliegtuig niet op ons gewacht had en we vervolgens doordat het tweede vliegtuig wel wacht onze aansluiting misten. Na een gesprekje tussen onze baliemedewerkster en de manager kwam de manager bij ons terug om ons een hotel, eten, drinken en een andere vlucht aan te bieden. ‘Jullie hebben dit echt alleen aan haar te danken hoor want officieel hoeven we niets voor jullie te doen’ herhaalde hij nog eens dreigend. Met vele lovende woorden namen we met het hotel vouchers en omgeboekte tickets in onze hand afscheid van onze balie medewerkster om een relaxte dag in het City Lodge Airport Hotel door te brengen. Het had, zoals voor de mensen die naast ons aan de Lufthansa balie stonden te schelden, slechter af kunnen lopen…
Met nog eens een uur vertraging en drie gate wijzigingen omdat we door technische problemen van vliegtuig moesten wisselen kwamen we de volgende dag eindelijk op Victoria Falls aan. Daar stonden, Forgie, Janet, Mary en Chris met een bordje Dr. Esther & Hans op ons te wachten. Na een twee uur durende rit waren we weer thuis waar dankzij Last mijn aardbeien plant nog groen was en dankzij het leeuwenproject de cavias nog in leven. Tijd om onze koffers uit te pakken hadden we niet want nog geen twee dagen later konden we weer richting Victoria Falls rijden om te assisteren met het wilde honden ‘proof’ maken van de ‘game fence’ rond het terrein waar enige dagen daarvoor een groep wilde honden uit ons rehabilitatie centrum was geherintroduceerd. Tja, hoe we daar in verzeild zijn geraakt is zo’n lang verhaal dat dat maar even moet wachten tot de volgende bush mail…
X Es
naar boven Bushmail 94 - 18-04-2011
Salibonani!
Onze volgende spreker is Esther van der Meer van het Painted Dog Conservation project in Hwange National Park… En dan sta je ineens voor een zaal met honderden vakgenoten tijdens de ‘9th savannah network meeting’ in Kruger National Park, Zuid Afrika. Een paar dagen daarvoor hadden Hans en ik nog, na vele vergeefse pogingen omdat de hond in kwestie inmiddels ook wel door had dat we niet zomaar naar hem kwamen kijken, Bulls eye gedart om zijn GPS band te vervangen. Hwange leek erg ver weg. Ik keek de zaal rond, ademde diep in en begon mijn verhaal over waarom de Afrikaanse wilde honden in Hwange National Park het park verlaten. Hoewel de dagen ervoor de spanning gestegen was en ik luttele minuten voor mijn opkomst nog met knikkende knieën in de zaal zat te wachten tot mijn naam dan toch echt aangekondigd zou worden viel die spanning direct van me af toen ik plaats nam achter het katheder. Voor ik het wist was ik door mijn praatje heen, en dat ook nog zonder nerveuze gebaren van de organisatoren dat ik over mijn tijd heen ging. De vragen vanuit het publiek waren vrij makkelijk te beantwoorden en de reacties na afloop waren erg positief. Ik kon alleen maar denken ‘ik hoop dat mijn verdediging ook zo zal verlopen’…
Eigenlijk was dit namelijk een beetje een generale repetitie. Mijn verhaal in Kruger is een deel van het verhaal dat ik op mijn verdediging zal houden. En die verdediging begint nu dan toch echt angstvallig dichtbij te komen. Na veel heen en weer geschuif is er dan eindelijk een datum en tijd waarop alle juryleden aanwezig kunnen zijn: vrijdag 27 mei 13.00 uur. Het is de bedoeling dat ik op die dag een 40 minuten lange presentatie geef waarna ieder jury lid maximaal 30 minuten krijgt om vragen te stellen. En ja, ik weet het allemaal wel, je hoeft je niet druk te maken want als er een datum is betekent dat eigenlijk dat je je doctoraal binnen hebt, jij hebt het onderzoek gedaan en weet dus het meeste van het onderwerp enz. Helaas, zo werkt dat in de praktijk toch niet helemaal, de zenuwen zijn nu tijdens de afrondende fase onmiskenbaar aanwezig. Gelukkig heb ik tot nu toe al mijn deadlines gehaald. Het proefschrift is inmiddels afgerond en naar de jury gestuurd. En tot mijn grote blijdschap heb ik bericht gekregen dat mijn eerste artikel geaccepteerd is door het blad Behavioral Ecology. Dit betekent dat een deel van mijn verhaal binnen een paar maanden in een vakblad zal verschijnen en dus door alle mensen die op dat vakgebied werken te lezen zal zijn. Een publicatie wordt gezien als een teken dat je een zelfstandige onderzoeker bent en dus zijn er minder mensen in mijn jury nodig om mijn proefschrift te beoordelen. Dat betekent minder vragen en een kortere verdediging, ik klaag nergens over!
Terwijl ik in Kruger praatjes aan het aanhoren was en ‘game drives’ aan het maken was, was Hans auto’s aan het repareren bij een lodge in Madikwe. Op Johannesburg troffen we elkaar weer om via een korte tussenstop in Nederland door te reizen naar Frankrijk. Tijdens deze tussenstop heb ik de eerste afspraak met de drukker gehad om papier uit te zoeken en het tijdspad door te spreken. Het is namelijk wel de bedoeling dat ik met boekje terug naar Zimbabwe vlieg. Papier uitzoeken is dan toch weer moeilijker dan je denkt want wil je nou 300 grams of 400 grams papier voor de kaft gebruiken, een matte afdeklaag of glans, kleur of zwart wit, enz. De keuze is reuze en dat zijn wij Zimbabwanen natuurlijk niet meer zo gewend; een keuze hebben. Naast een proefschrift laat ik ook een folder drukken. De meerderheid van de mensen weet nou eenmaal weinig af van statistisch significante p waardes, chi kwadraat testen, learning based models en interspecific competition. Omdat ik het belangrijk vind dat ook het niet wetenschappelijke deel van de stakeholders en onze vrienden en kennissen in Zimbabwe en Nederland een idee krijgen van wat ik nou eigenlijk de afgelopen vijf jaar uitgespookt heb, ben ik de uitdaging aangegaan om in normale taal mijn onderzoek te beschrijven. Natuurlijk heb ik de folder van te voren getest want je zit nou eenmaal zo vastgeroest in je wetenschappelijke wereldje dat als ik denk in Jip en Janneke taal iets te beschrijven dit voor een ander nog steeds keihard vakjargon kan zijn. Vol argwaan keken Last, Jealous en Obvious naar het kleurige stuk papier in hun handen. ‘Dus wij mogen nou jouw leraar zijn en zeggen wat we hiervan vinden’? ‘Ja graag, en wel eerlijk zijn hè, ik word niet boos als jullie het niets vinden’. Gelukkig heb ik inmiddels dat vertrouwen en kwamen ze alle drie met een positief oordeel en goede op en aanmerkingen bij me terug. Omdat, met alle mooie foto’s en kleuren de kans reëel is dat veel van onze medewerkers met de folder, net als met bijvoorbeeld door mij weggegooide kerstkaarten van drie jaar terug, hun huis willen decoreren zal ik er maar flink wat laten drukken.
X Es
naar boven Bushmail 93 - 23-02-2011
Salibonani!
Het was weer eens zo ver, we werden ons bed uitgebeld om een dier in nood te helpen. Dit keer ging het om een wildebeest, gnoe in het Nederlands, die met een strik om zijn poot pal achter het hoofdkantoor van National Parks liep. Een collega onderzoeker had het dier opgemerkt terwijl hij zijn zebra’s bestudeerde en was direct naar het NP kantoor gegaan om dit te melden. Omdat de ‘area manager’ in een vergadering was en dit niet belangrijk genoeg was om hem te storen besloot onze collega het verhaal bij de junior ecologist neer te leggen. De ecologist besloot vervolgens dat het een slim plan was direct de gnoe bij de horens te vatten en mij te bellen om de strik te verwijderen. Prima, Hans en ik graaiden snel onze spullen bij elkaar en reden naar het NP kantoor. Daar aangekomen zagen we iedereen doelloos buiten hangen, geen goed teken… En inderdaad, de ‘area manager’ was inmiddels uit vergadering en was niet blij met de beslissing van de junior ecologist. Er zijn immers protocollen voor dit soort zaken, en volgens het protocol moet het National Parks ‘capture team’ dierenissues oplossen. Oh, er was één probleempje, het ‘capture team’ was over de radio niet te bereiken, de telefoon was dood en er was geen National Parks auto beschikbaar om naar Umtshibi te rijden om te kijken waar het 'acpture team' uithing. Van de protocollen afwijken is over het algemeen niet iets waar mensen die in een sterk hiërarchisch dictatoriaal systeem de ladder opgeklommen zijn goed in zijn, je zou immers wel eens iemand op zijn teentjes kunnen trappen. En dus besloot de ‘area manager’ dat er ondanks dat dit er weinig hoopvol uitzag toch eerst contact opgenomen moest worden met het ‘capture team’.
Het ‘capture team’ bestaat uit een met heel wat louche zaakjes in verband gebrachte ‘warden’ en zijn groupies, niet echt de mensen waarmee ik bij voorkeur samenwerk. Mijn humeur begon dus al enigszins te dalen toen deze mensen ter sprake kwamen. Het daalde nog verder toen National Parks met een oplossing voor het probleem op de proppen kwam, ‘kon één van ons niet even naar Umtshibi rijden?’. Ter informatie, Umtishibi is een kamp in het park, veertig minuten rijden vanaf het NP kantoor, laat dat ‘even’ dus maar achterwege. ‘Is dit echt het beste plan dat jullie kunnen bedenken?’, vroeg mijn collega onderzoeker voorzichtig. ‘Mmm ja’ was het antwoord, iedereen keek hoopvol mijn kant op. ‘Nee, ik ben hier om dat dier te helpen en niet om voor gratis transport te zorgen, als ik hier nu niets kan doen ga ik terug naar huis en kunnen jullie bellen wanneer ik nodig ben om dat dier te darten’, was mijn stellige antwoord. En dus keerden Hans en ik onverrichter zaken, en met een loden hart vanwege de gnoe die nog steeds met de strik rondliep, terug naar huis. Op de weg terug kwamen we maar liefste drie National Parks auto’s tegen die uiteraard belangrijkere zaken te doen hadden dan naar Umtshibi rijden. Die avond hoorden we dat het uiteindelijk gelukt was om het ‘capture team’ te pakken te krijgen en dat de ‘warden’ het probleem verholpen had. Het woord ‘verholpen’ betekent helaas zeer waarschijnlijk dat de gnoe op de barbecue geëindigd is…
Het moge duidelijk zijn, transport is een probleem bij National Parks. De auto’s die er zijn worden bij voorkeur gebruikt om naar de dichtstbijzijnde stad te rijden, of om ervoor te zorgen dat de ‘area manager’ elke ochtend de tweehonderd meter van zijn huis naar het NP kantoor kan rijden maar niet voor bijvoorbeeld onderzoek. Dat betekent dat zowel de junior als senior ecologist, die beiden een jaar een 40.000 pond kostende opleiding in Oxford genoten hebben, hun kennis niet in de praktijk kunnen brengen. Toen Peter, na een gesprek met de junior ecologist, opperde dat het wellicht een goed idee was om te kijken of we een oude auto aan de NP ‘research department’ konden schenken was ik het daar volledig mee eens. Helaas kreeg dit verhaal een heel eigen leven…
Aan het begin van het jaar moeten we ook allemaal weer onze onderzoeksvergunning verlengen. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, we moeten een aanvraag indienen bij het hoofdkantoor in Harare, 500 USD betalen en dan maar afwachten of en wanneer we de vergunning krijgen. Tot we de vergunning hebben kan er op de grond moeilijk gedaan worden, de ene dag mogen we zonder vergunning niet het park in, de andere dag wel of we mogen alleen rondrijden en gaan dieren vangen enz. Groot was onze opluchting toen Peter die week met de vergunning uit Harare kwam. De Fransen en het leeuwenproject hadden immers nog geen vergunning. Toen Peter hier naar het NP kantoor ging om een kopie van de vergunning af te leveren bleek waarom ‘jullie hebben een auto gedoneerd aan de ‘research department’ en de anderen nog niet’. ‘Pardon?! Zo stak de vork duidelijk niet helemaal in de steel! Wij hadden gezegd dat we zouden kijken of we iets konden doen, en dat kijken stond volledig los van een vergunning. ‘Nou ja nu niet meer, onderzoekers krijgen alleen nog een vergunning als ze een auto aan National Parks doneren’. Toen Peter met dat verhaal terug kwam wist ik niet of ik keihard moest lachen of heel boos moest worden… ‘Dat is alsof je met het mes op je keel een ‘kadootje’ aan iemand geeft’ riep ik verbolgen.
Persoonlijk zou ik zeggen zak erin, wij hebben immers onze vergunning toch al in handen maar Peter is van mening dat we er niet onderuit kunnen komen om toch iets te doen. Uiteraard gaan we niet zonder slag of stoot ten onder en hebben we al een mail naar het hoofdkantoor in Harare gestuurd waarin we om opheldering vragen. Hoe kan het bijvoorbeeld dat zeventig procent van het onderzoek van de Fransen op het vliegveldje pal achter het NP kantoor plaats vindt en dat niemand van de ‘research department’ ooit enige interesse getoond heeft om aan dit onderzoek deel te nemen. En als iedereen dan nu ineens zo nodig onderzoek wil doen laat dan dat onderzoeksvoorstel maar eens zien waar die auto voor nodig is. Waarom moeten wij als non profit organisaties trouwens een auto doneren als er weet ik hoeveel commerciële organisaties in het park actief zijn? Tja, ik vraag met af of we hier op een normale manier uit gaan komen. Om het zo onaantrekkelijk mogelijk te maken ook deze auto in te zetten voor snoepreisjes naar de stad is Hans in ieder geval alvast bezig een plan te maken om ervoor te zorgen dat de auto in kwestie niet harder dan de snelheidslimiet in het park kan rijden, veertig kilometer per uur…
X Es
naar boven Bushmail 92 - 01-02-2011
Salibonani!
Slaapdronken luisterden Hans en ik naar het smakkende geluid dat vroeg in de morgen ergens uit onze kamer opklonk. Onze eerste gedachte was, dat zijn de cavia’s. Ja, we hebben sinds een paar maanden ‘per ongeluk’ cavia’s omdat het voor Peter niet helemaal duidelijk was wat het verschil tussen een cavia en een hamster is… Ik had het helemaal gepland, het aquarium stond ingericht en wel klaar om voor hooguit anderhalf jaar (zo oud worden die dieren) een dwerghamster te huisvesten die je als je er niet bent met gemak bij anderen onder kan brengen omdat ze toch amper verzorging nodig hebben. Ik wist dan ook niet of ik moest lachen of huilen toen Peter het doosje met ‘levende have’ uit de auto haalde en er twee bontgekleurde jonge cavia’s met angstige kraaloogjes naar boven keken. Kraaloogjes ja, hele lieve, helemaal uit Harare… En dus heten de (gelukkig) twee jongens nu Sammy en Mosey en wonen ze in een grote door Hans omgebouwde ex-elektriciteitskast met trappetjes, plateautjes en huisjes. En omdat het voor ‘de jongens’ wel zo gezellig is om vaak los te lopen en menselijk gezelschap om zich heen te hebben staat de kooi in onze kamer en slapen wij tegenwoordig met ear plugs…
Ondanks dat wist het gesmak ons toch te wekken. Met de zaklamp gingen we in het half donker op onderzoek uit. Achter het masker dat we als decoratie aan de muur hebben hangen klonk gerommel. Toen we met de zaklamp schenen kwam er een klein hoofdje met grote oren tevoorschijn, een vleermuis! Verbijsterd sloegen we het dier gade. Aangezien op de zolder boven het plafond in ons huis tientallen vleermuizen wonen die ons met hun piepende gekeuvel en geschuifel al meerdere keren slapeloze nachten bezorgd hebben (dat was voor de cavia’s dit geluid overstemden) was het voor ons niet zo vreemd om een vleermuis te zien. Een paar avonden ervoor waren we nog druk in de weer geweest met alle jonge net uitgevlogen vleermuizen die vanuit het dak jammerlijk op de grond gestort waren weer in de lucht te gooien (vanaf de grond kunnen ze namelijk moeilijk opvliegen). De grote vraag was hoe deze vleermuis onze kamer binnen was gekomen. We gingen op onderzoek uit… vanuit de kamer naast ons kwam ons een enorme stank tegemoet. Toen we van de enorme hoop vleermuizen stront op de grond omhoog keken naar het gapende gat in het plafond was het ons duidelijk waar de vleermuis vandaan gekomen was. Door de enorme regenbuien van de afgelopen dagen en een lekkage op het dak was er op één plek zoveel water naar binnen gedruppeld dat het plafond het daar begeven had en met twee vleermuizen en een hoop stront en al ingestort was. Na een vleermuizen jacht en een schoonmaak actie hebben we ons bouwteam opgetrommeld om de lekkage op het dak te repareren. Helaas lekte het na de reparatie nog harder, maar nu op een andere plek, de kans is dus groot dat Hans toch binnenkort zelf een keer het dak op moet.
Enige tijd geleden kwam er voor het eerste een melding binnen dat er in het park twee wilde honden gezien waren met zespups. Het vrouwtjes, Vusile, is een oude bekende van ons die enige tijd in ons rehabilitatie centrum gezeten heeft. Helaas werkt de halsband die ze om heeft niet meer en dus viel ze van onze radar. Maar ze is terug, met een reu en zes pups die inmiddels al bijna een jaar oud zijn. Aangezien de dieren door toeristen gezien waren gingen Jealous, Hans en ik er maar weer eens vroeg op uit om te kijken of we een kans zouden krijgen Vusile’s defecte band te vervangen. Helaas hadden we geen geluk en dus besloten we aan het einde van de ochtend weer op huis aan te gaan. Op de terug weg kwamen we de Kutanga pack tegen. Tot onze verbazing bestond deze pack vandaag uit vier in plaats van vijf honden. Op zich geen directe reden voor ongerustheid omdat een pack tijdens de jacht soms tijdelijk opsplitst. Aangezien deze groep vaak rond ons kantoor en het rehabilitatie centrum rond hangt radioden we de rehab om te horen of zij die ochtend vijf honden gezien hadden. Nee, de rehab had ze niet gezien maar Hadibi de schoonmaker bij het kantoor wel, een kwartier voor wij ze zagen, alle vijf, ja ook die met dat hangende oor… Ondanks deze confirmatie zat het ons toch niet helemaal lekker en dus besloten we Jealous te vragen die middag naar de Kutanga pack te zoeken.
Toen hij ’s avonds met het verhaal terug kwam dat hij vier honden had gezien die samen een impala gedood hadden en dat Moth, de vijfde hond, nergens te bekennen was wisten we dat er iets mis was. De volgende ochtend zaten Jealous, Hans en ik om vijf uur in de auto op zoek naar Moth en de Kutanga pack. Moth had door problemen met zijn oor geen halsband om en dus was het meer dan ooit zoeken naar een speld in een hooiberg. Aangezien een wilde honden pack als er een pack genoot gewond of dood is vaak terug gaat naar de plek des onheil besloten we eerst naar de Kutanga pack te zoeken in de hoop dat ze ons naar Moth zouden leiden. Helaas waren de dieren nergens te bekennen en dus moesten we een plan B bedenken. Het had de nacht ervoor keihard geregend en we waren bang dat Moth ergens verkleumd in een strik lag te creperen. We besloten in een wanhopige poging hem te vinden de anti stroperij unit op te trommelen en de bosjes waar we hem vermoedelijk voor het laatst gezien hadden uit te kammen. Terwijl Hans de anti stroperij unit regelde belde ik de piloot van het leeuwenproject om te horen of ze die dag zouden vliegen. Gelukkig, als het weer het toe zou laten zou de microlight inderdaad de lucht ingaan en was het geen enkel probleem om ook even naar de Kutanga pack te zoeken. Helaas was dit niet nodig want na systematisch twee uur met z’n allen op een rij te voet de bush uitgekamd te hebben zagen we toen de zon door de wolken brak gieren opstijgen. Aangezien Jealous een paar minuten daarvoor verse leeuwen sporen gezien had kon dit twee dingen betekenen, of de leeuwen hadden een kill gemaakt of Moth lag daar dood in de bosjes… We besloten op het laatste te gokken en de gieren te volgen. Ons vermoeden werd bevestigd, het half vergane karkas van Moth bleek de reden dat de gieren door de lucht cirkelden. Moth, waarvan ik een paar maanden geleden het oor hechtte en twee weken ervoor nog een strik om zijn nek verwijderde, lag vlak achter ons kantoor met gebroken rug en in gras verstrikte poten in de bush, het karkas was al zeker drie dagen oud. Wat er precies met hem gebeurd is zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen, laten we hopen dat hij niet te lang geleden heeft. Nee hoor, vijftien minuten geleden liepen er nog vijf honden voorbij, ja ook die met het hangende oor… Gelukkig hebben we na al die jaren hier geleerd onze eigen intuïtie te volgen en niet meer op de verhalen van anderen af te gaan.
X Es
naar boven Bushmail 91 - 09-01-2011
Salibonani!
En toen was het ineens al zomaar 2011. Drie dagen voor de kerst kon ik de eerste officiële versie van mijn proefschrift naar mijn begeleider sturen. En dus was het goed kerst en oud en nieuw vieren want dat geeft toch een fijn gevoel. Het blijft een raar fenomeen om met dertig graden in de stralende zon kerstfeest te vieren. Het echte kerstgevoel bleef dan ook, ondanks alle pogingen, ver te zoeken. Gezellig was het wel, met z’n allen in de tuin van het leeuwenproject een overvloed aan eten en drank weg werken. Iedereen had de moeite genomen een bijdrage te leveren, de één had ‘Christmas crackers’ gemaakt, de ander een kersttaart, en zo was het toch een beetje kerst. Tweede kerstdag wordt hier amper gevierd en dus hebben Hans en ik die dag met een kater en veel films in bed doorgebracht..
Per 31 December lopen alle jaarlijkse vergunningen af. Zo ook de vergunning van het Franse team om dieren te vangen om van halsbanden te voorzien. De tijd drong dan ook toen 29 December de zebra halsbanden eindelijk aankwamen. We hadden welgeteld twee dagen om vijf dieren te vangen! Op 30 December gingen we om vijf uur met dart geweer, drugs, halsbanden, Florian (de PhD student die zebra onderzoek doet) en een National Parks ranger gingen op pad. Zomaar een band om het eerste de beste dier met strepen gooien was er niet bij, het moesten specifieke dieren zijn, bekende niet drachtige merries zonder kleine veulens. Gelukkig is Florian een ster in het herkennen van zebra’s en kan hij met één blik op het strepen patroon individuen identificeren. We hadden geluk, die ochtend liepen twee van de vijf dieren die we zochten op de ‘airstrip’ een open vliegstrip bij het kantoor van National Parks. En dus stonden, ondanks dat we hopeloos met de auto in de modder vast kwamen te zitten, voor negen uur ’s ochtends de eerste twee merries met band alweer op hun poten. Het vinden van de andere dieren kostte wat meer moeite maar aan het einde van de dag slaagden we erin een merrie diep in het park van een band te voorzien. Drie op een dag, geen slechte score.
De volgende dag waren we dan ook optimistisch gestemd, voor de klok middernacht zou slaan en het nieuwe jaar in zou luiden zouden wij de zebra’s wel gevangen hebben. Dat optimisme werd verstoord toen we de dieren waar we naar zochten niet konden vinden bij de waterplaats waar we dachten dat ze zouden zijn. We besloten door te rijden naar een andere plek. De plek waar we de dag ervoor ook al een merrie van een band voorzien hadden. Het individu dat op de lijst stond liep daar vredig te grazen. Voorzichtig reden we op haar af, haar kudde genoot die ontzettend drachtig was vond al die aandacht maar niets en besloot weg te rennen. De rest van de kudde volgde. Na een aantal meter begonnen ze weer te grazen en konden we een volgende poging wagen. Dit kat en muis spel ging zo twee uur door. Ons humeur begon te dalen en de irritatie te groeien en dus besloten we de dieren een tijdje met rust te laten en naar een andere waterplaats te rijden. Ook daar vonden we een merrie die op de lijst stond. En ook hier waren de dieren, doordat er een heel klein veulen in de groep liep, niet van de aandacht gediend. Verbaast stonden de giraffes naar de groene Landrover te staren die als een soort zwaan-kleef-aan dwars door de bush vergeefs achter een kudde zebra’s aan bleef rijden.
Na ruim een uur proberen hadden we nog steeds geen kans gehad om binnen de vijfendertig meter dart afstand bij de kudde te komen. Midden tussen de kuddes zebra’s stonden we stil, onze dieren hadden zich ver achter de andere kuddes verscholen. ‘Oh, die kunnen we ook nemen’ riep Florian ineens, naar een dier vlak naast de auto wijzend. Ik bedacht me geen seconde, richtte en schoot snel een dart in het dier zijn bil. Dat was dus nummer vier. Nog één te gaan, nog een halve dag om het dier te vinden… We gingen terug naar de plek van die ochtend waar we wederom uren rondreden zonder binnen schietafstand te komen. Toen het richting het einde van de middag liep besloten we dat de tijd nu echt begon te dringen en we beter terug konden gaan naar de ‘airstrip’ waar we die ochtend een ‘tweede keuze’ dier geïdentificeerd hadden. Het dier liep nog steeds op dezelfde plek en om vijf uur ’s avonds deden we de laatste halsband bij deze zebra merrie om. Tijd om het nieuwe jaar in te luiden! Aangezien we al twee dagen van vijf uur ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds in de weer waren hadden we moeite om onze ogen tot twaalf uur open te houden, nieuwjaarsdag hebben we wederom met een kater en films in bed doorgebracht.
Helaas bracht het nieuwe jaar in de eerste weken al weinig goeds. Het jaar begon met een katje lamme automobilist die ’s avonds met zijn auto op een overstekende olifanten kudde ingereden was. Ik werd gebeld of we konden komen kijken naar de olifant. Bij aankomst waren de olifanten verdwenen. De auto had een jonge olifant geschept die volgens de ooggetuigen over de kop gegaan was en plat op het wegdek was blijven liggen. Toen zijn moeder bij hem was komen staan was hij weer opgestaan en met de rest van de kudde de bosjes ingelopen. De speeksel en poep sporen vertelden ons waar hij had gelegen. Er waren geen bloed sporen te bekennen en dus hopen we er het beste van. De auto was zo plat als een dubbeltje, ondanks dat probeerde de ongeschonden dronken automobilist al lallend vergeefs de motorkap te openen en de auto te starten. De politie was gebeld, de olifanten waren weg en dus gingen ook wij er weer vandoor. We hadden immers andere dingen te doen, we waren op zoek naar Moth.
Moth, door een probleem met zijn oor, de enige wilde hond in de Kutanga pack zonder halsband had een strik rond zijn nek opgepikt. Terwijl we voor de tweede dag op rij de wacht bij de in de bosjes verscholen Kutanga pack hielden werden we gebeld door Bekhi, de guide van Safari lodge. Hij was met toeristen op game drive en had een olifanten bull met een strik om zijn slurf bij de waterplaats gezien. Aangezien het voor de honden te laat was om te darten en ze de afgelopen drie uur geen aanstalten tot bewegen hadden gemaakt reden we snel naar Kanondo. Daar stond Bekhi met een auto vol toeristen bij de waterplaats te wachten. De olifanten bull stond er rustig te eten. Snel maakte ik een dart klaar en reden we op het dier af. Deze kudde is erg gewend aan auto’s en dus was het geen probleem om dichtbij te komen. We darten de bull en negen minuten later ging hij ten midden van zijn kudde onderuit. We reden naar hem toe en verjoegen de andere dieren die op een afstandje toe bleven kijken. De strik zat om de slurf van de olifant boven de slagtanden door zijn mond. Erg onhandig dus met eten. Het dier had geluk, de strik had nog niet door zijn vel en vlees gesneden en dus was het alleen een kwestie van het ding losknippen en weghalen. De toeristen assisteerden ons en zo werd een negatief iets toch nog een positieve ervaring. Vijftien minuten nadat we de olifanten bull gedart hadden konden we hem de antidosis geven en mengde hij zich weer bij zijn kudde. Helaas moesten we nog op zoek naar de dart die hij ergens in de bosjes uitgeschuurd had.
Het werd al snel donker, dat en het feit dat drie leeuwen ons gade lagen te slaan plus de enorme hoeveelheid olifanten die zich rond de waterplaats hadden verzameld deed ons ertoe besluiten om de volgende dag verder te zoeken. Die ochtend ging om vijf uur 's ochtends de wekker weer. Tijd om naar Moth en een dart te zoeken. Voor het eerste licht stonden we bij het rehabilitatie centrum waar we de Kutanga pack de vorige dag in de bosjes achter hadden gelaten. In de vijf minuten die het ons kostte om MK, onze tracker, op te pikken wist de pack ongezien de weg over te steken en in de bush te verdwijnen. Een pack op jacht beweegt sneller dan je denkt en we moesten dus een gok wagen en proberen in te schatten welke kant de dieren op zouden gaan om ze af te kunnen snijden. We gokten op de grasvlaktes bij Safari lodge. Goed gegokt, zodra wij Dett vlei opreden pikten we het signaal van de halsbanden op en kwamen de dieren uit de bosjes lopen. De eerste dart miste omdat Moth uit de weg sprong, de tweede dart was raak. De strik zat los om Moth zijn hals en had ondanks dat hij de strik los getrokken en gebeten moet hebben geen schade aangericht. Terwijl de andere honden op nog geen vijftig meter toe stonden te kijken verwijderden we de strik. Aangezien er geen anti dosis bestaat voor de drugs die we voor de wilde honden gebruiken was het daarna een kwestie van wachten tot Moth weer wakker werd. Het regende en dus dekten we hem toe onder een deken en een regenjas om te voorkomen dat hij teveel af zou koelen. Hij leek dat wel prettig te vinden en het duurde ruim een uur voor hij aanstalten maakte zijn comfortabele positie te verlaten. De rest van de pack had inmiddels zonder succes twee keer geprobeerd een impala te vangen. Na elke poging kwamen ze kijken of hun pack genoot er nog was. Het kostte dan ook weinig moeite om Moth met zijn pack te herenigen. Het terug vinden van de gemiste dart kostte gelukkig ook weinig moeite, terwijl Hans en ik plassen water uit stonden te dreggen vond MK het ding terug in de bosjes achter ons. Nu nog de olifanten dart. We reden terug naar Kanondo en volgden met de auto het pad dat de olifant de dag ervoor na het darten gevolg had. Al ‘bush bashend’ kwamen we naast de bosjes tot stilstand. Hans was ervan overtuigd dat dit de bosjes waren waar de olifant met dart inliep en zonder dart weer uitliep. ‘Dat klopt’ zei MK, die op het dak van de auto zat, terwijl hij naar beneden wees waar direct naast de auto een roze staartpluimpje uit het gras stak. Soms is het heel fijn om een beetje geluk te hebben! Strikvrije dieren, alle darts weer terug, de bush was weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld en dus konden we moe maar voldaan op huis aan.
X Es
naar boven Bushmail 90 - 19-12-2010
Salibonani!
Het regent pijpenstelen, achter Roger aan sluip ik door de dichte bossages. Ssst, daar staat de olifanten koe waar we de band van moeten verwisselen rustig op een takje te kauwen. Met behulp van een ‘dustbag’, een ouwe sok met as, checken we waar de wind vandaan komt. De stof uit de sok wordt terug in onze richting geblazen, een goed teken, ze kan ons niet ruiken. We lopen van bosje naar bosje steeds dichter naar haar toe. Op dertig meter van haar vandaan besluit Roger een schot te wagen. De olifant vermoedt dat er iets gaande is en draait zich om. Roger dart haar in haar schouder. De olifant bedenkt zich geen seconde, trompettert hard en rent als een bezetene recht op ons af. Er zijn twee opties, of we schieten haar met een echt geweer neer of we rennen voor ons leven. We kiezen de laatste optie en rennen zo snel als we kunnen door de bush. De dichte bush is in ons voordeel, de olifant kan ons op zicht niet goed volgen. Gelukkig geeft ze de achtervolging op en komen we er op wat blauwe plekken en krassen na goed vanaf. Buiten adem komen we bij het back up team aan dat met bleke gezichten verderop in de bush op ons staat te wachten. Er is geen tijd om na te denken want de drugs in de olifanten koe doet zijn werk en een paar minuten later ligt ze verdoofd op de grond. Haar nog geen zes maanden oude kalf staat verbaasd naast haar. Binnen dertig minuten hebben we haar band verwisseld en kunnen we haar de anti dosis geven. Na vier minuten staat ze weer op haar poten en loopt rustig de bosjes in. Dat was onze eerste dag olifanten darten, nog vijf dagen te gaan…
De volgende morgen is duidelijk de ‘morning after’ en zowel Roger als ik zijn nerveus na ons avontuur van de dag ervoor. We realiseren ons dat het of voor ons of voor de olifant heel anders af had kunnen lopen en willen dus niet nog een keer in zo’n situatie terecht komen. De overige acht banden die we om moeten doen zijn bestemd voor olifanten bullen. Die zijn in theorie makkelijker te benaderen en vallen minder snel aan dan olifanten koeien. Aangezien de bush na het regenseizoen dicht begroeid is en de olifanten de waterplaatsen niet meer regelmatig bezoeken is er weinig kans dat we een olifant vanuit de auto kunnen darten en dus zullen we te voet op de kuddes in moeten lopen. Gelukkig zit het die dag mee, de piloot van het leeuwenproject, Matt, kan voor ons vliegen en ons vanuit de lucht de weg wijzen. We slagen erin om zonder al teveel problemen twee olifanten van een band te voorzien. Die avond drinken we opgelucht wijn rond het kampvuur. In de dagen die volgen weten we, met behulp van Matt ons aantal van twee per dag te handhaven en en passant ook nog even een strik van een zebra te halen. Aan het einde van de week gaat het mis en staat door vermoeidheid en mis communicatie over de antidosis een olifant eerder op dan bedoeld. Hoewel de band om hem heen zit zijn de lange uiteinden nog niet afgeknipt. Het is het einde van de dag en er is geen andere optie dan hem de volgende ochtend vroeg weer te darten.
Die ochtend staan Roger en ik met een klein team om vijf uur ’s ochtends in de bush, vastberaden om onze bull weer te vinden. Al snel pikken we het signaal van de band op, de bull herd loopt vredig al etend door de dichte bossages. Helaas zijn ze duidelijk ‘on the move’ en dus moeten we ruim twee uur achter de kudde aanlopen voor we eindelijk de mogelijkheid krijgen onze bull te darten. Aangezien het alleen een kwestie van de uiteinden van de band afknippen is staat het dier binnen een tien minuten weer op zijn poten om zijn weg te vervolgen. De regen komt inmiddels wederom met bakken uit de hemel. We zijn kilometers ver van de auto’s en dus besluiten we iemand uit het kamp te bellen om ons met een auto op te komen pikken. Doorweekt, verkleumd en moe zitten we in de auto maar we zijn allemaal blij dat we de fout van de dag ervoor hebben kunnen herstellen. Na een stevig ontbijt gaan we er weer op uit om ons werk voort te zetten. Op zaterdagochtend voorzien we laatste bull van een band. In een kleine week zijn we erin geslaagd om acht bullen van een band te voorzien, sommigen waren kleine twintigers anderen waren reusachtige vijftigers. Eén ding hebben ze allemaal gemeen, het zijn potentiële ‘crop raiders’, oftewel probleem olifanten die in de communal areas gewassen van de akkers eten. Met de data van de banden hoopt het Franse project meer inzage te krijgen in wanneer en waarom deze olifanten de akkers vernielen en welke maatregelen er genomen kunnen worden om dit te voorkomen zonder dat National Parks de olifanten dood schiet. We moeten ook nog de banden van vijf olifanten koeien vervangen maar na ons avontuur van de eerste dag hebben we Herve ervan weten te overtuigen dat dat toch echt veiliger is als we vanuit een helikopter kunnen darten. Hopelijk gaan we dus begin volgend jaar een nieuw avontuur tegemoet!
In de tussentijd hou ik me bezig met het afronden van mijn proefschrift. Dat gaat goed, ik heb inmiddels al mijn zes artikelen op papier staan en ben bezig met de laatste schrijf loodjes. Natuurlijk is er altijd genoeg onverwachtse afleiding. Vlak voordat ik in het weekend Hans weer van het vliegveld in Victoria Falls ging halen kreeg ik een telefoontje van immigratie dat mijn tijdelijke verblijfsvergunning toegewezen was. Of ik die even op kon gaan halen in Harare… Harare is 800 kilometer van Hwange National Park, om het even in het perspectief te plaatsen dat is een ritje van Utrecht naar Bern (Ja, die Bern in Zwitserland ja). Laat dat ‘even’ dus maar achterwege. Normaal gesproken zou het allemaal niet zo’n gedoe zijn, onze projectmanager, Peter, woont in Harare en rijdt elke twee weken op en neer. Ware het niet dat hij de komende maand met zijn gezin hier in Hwange is om kerst en oud en nieuw te vieren. Voorzichtig probeerde ik nog een keer een stempel in Victoria Falls te krijgen zodat ik een maand uitstel had en Peter mijn paspoort mee kon nemen. ‘Het is pas zeven December, hoe kun je nu al weten dat je voor de zeventiende (wanneer mijn maandelijkse visum stempel verloopt) niet naar Harare kunt reizen’, antwoordde de ‘chief immigration officer’ nors. Tja, punt. Het was duidelijk, we moesten naar Harare. En dus viel ons plan om een paar nachten in Victoria Falls te blijven in het water en reden we twee dagen nadat Hans weer terug was ‘even’ op en neer naar Harare. De sticker was binnen een half uur in mijn paspoort geplakt maar aangezien twee keer acht uur op een dag zelfs voor Hans teveel van het goede is reden we de volgende ochtend na een nacht in de Holiday Inn weer op huis aan. Goed, het goede nieuws is dat ik nu zonder problemen en maandelijkse stempels tot en met dertig september weer in het land mag blijven.
X Es
PS. Op de foto zie je mij proberen om de dart in de schouder van de olifant te verwijderen, aangezien hij precies op die kant gevallen was betekende dat dus graven...
naar boven Bushmail 89 - 24-11-2010
Salibonani!
Zo zit je achter je bureau ergens in de bush en zo zit je in Victoria Falls achter een vlaggetje van Zimbabwe op een internationale bijeenkomst van de SADC landen. Tja, eens een lobbyist altijd een lobbyist dus ook hier hou ik me, op beperkt niveau, bezig met politiek. We zijn al enige tijd binnen de Parks and Wildlife Managment Authority aan het lobbyen om ervoor te zorgen dat de wilde honden beschermd worden tegen handel door ze te registreren onder de Convention of International Trade in Endangered Species of Flora and Fauna, beter bekend als CITES (mocht iemand geïnteresseerd zijn in de details van dit lange verhaal dan zijn deze trouwens na te lezen op de petitiesite, www.painteddogsoncites.org). We zijn er in geslaagd om enthousiasme op te wekken voor ons idee en de verantwoordelijke mensen bij National Parks zien het wel zitten om met een voorstel op pad te gaan langs de andere Zuid-Afrikaanse landen om steun te werven. De eerste stap is uiteraard om aan te kondigen dat je een voorstel in wilt dienen, de vergadering in Victoria Falls waarop alle Parks and Wildlife mensen in Afrika aanwezig waren was daar een uitgelezen mogelijkheid toe. En dus zou Zimbabwe bij het landen rondje waarop de Parks and Wildlife mensen presenteren wat de toekomstplannen zijn, aankondigen dat ze gaan proberen in 2013 de wilde honden onder CITES, appendix I geregistreerd te krijgen. Tja, dan bestaat er natuurlijk de mogelijkheid dat je vragen krijgt van de andere landen, de CITES mensen of de non profit organisaties. Om eventuele lastige vragen te kunnen ondervangen had National Parks gevraagd of ik bij deze vergadering aan wilde schuiven. En zo kwam ik dus achter het Zimbabwe vlaggetje naast de hoge piefen van National Parks te zitten. Tja, een beetje vreemd was het wel maar je moet wat over hebben voor de wilde honden. De aankondiging werd door de aanwezigen ter kennisgeving aangenomen en vragen bleven achterwege. Na tijdens de thee pauze nog wat genetwerkt te hebben was het tijd om weer terug naar de bush te gaan. Alleen wel te verstaan want Hans was die dag op het vliegtuig naar Kenia gestapt waar hij voor een maand werk gaat verzetten voor een CCAfrika lodge.
Om politiek geëngageerd te zijn hoeven we niet helemaal naar Victoria Falls te gaan maar kunnen we ook gewoon de lokale maandelijkse ‘stakeholders meetings’ bijwonen. Ondanks dat deze meetings op z’n Afrikaans standaard anderhalf uur te laat beginnen en door al het ceremonieel gewauwel veel te lang duren ben ik een trouwe bezoeker. Met nog zes weken voor mijn proefschrift op papier moet staan besloot ik echter dat ik het deze maand even af zou laten weten. Toen mensen daar lucht van kregen werd er verbouwereerd gereageerd, dat kon niet hoor, ik moest komen want we gingen het over de mijn hebben. De mijn, is een hekel puntje in de community en nu ze er eindelijk in geslaagd waren om de persoon die verantwoordelijk was voor de ‘environmental impact assesment’ (EIA) als spreker uit te nodigen wilde iedereen zeker weten dat de juiste vragen gesteld werden. Aangezien ik een altijd mondige deelnemer ben en over enige biologische kennis beschik was de hoop op mij gevestigd. En dus zat ik op donderdag met de andere in de auto op weg naar Ivory lodge waar de vergadering plaats zou vinden. Hoewel de meneer van de EIA zijn best deed om een mooi verhaal op te hangen had iedereen al snel in de gaten dat er van mooi geen sprake was. Hoewel ik besloten had me op de achtergrond te houden kon ik mijn mond niet houden toen er uit de doeken gedaan werd hoe alles in de natuur weer teruggebracht zou worden naar de oude staat als de kool eenmaal verwijderd is. Ik hoefde het niet eens met zoveel woorden te zeggen, door simpel door te vragen werd al snel pijnlijk duidelijk dat dit, om het maar eens netjes te zeggen, een broodje aap verhaal was. Deze mijn die in de bufferzone rond het National Park geplaatst zal worden zal de hele omgeving vernielen. Gelukkig was ik niet de enige die het achterste van zijn tong liet zien en tegen het einde van de vergadering was het de meneer van de EIA duidelijk dat het toch niet zo slim geweest is om deze ‘stakeholders’, tegen alle wetten in, niet bij dit proces te betrekken. We gaan onze bezwaren officieel indienen maar aangezien het uiteindelijk een politieke beslissing is om de Chinezen dit land leeg te laten roven denk ik niet dat er veel is dat we kunnen doen.
Waar ik gelukkig wel wat aan kon doen was het bizarre probleem van het puppy van Andrew, een oud medewerker die nu tuinman bij Katchana, de lodge waar het Franse team woont, is. Toen ik daar een vergadering met mijn begeleider had zag ik Andrew voorbij lopen… met een puppy in zijn kielzog. Tja, natuurlijk moest ik het net acht weken oude hondje even bewonderen en terwijl ik het aan het aaien was zag ik grote bulten op zijn buik. Heb je hier al eens naar gekeken vroeg ik Andrew. Hij beantwoordde bevestigend. Andrews Engels is niet al te goed maar en toen ik vroeg of er pus uit de bulten kwam vertelde hij dat het wit was als een rups. Dat klonk als pus en dus was ik drie dagen later terug met een middeltje om de infectie te bestrijden en mijten tegen te gaan. Terwijl ik het hondje in bad deed zag ik dat zijn tenen twee keer zo groot waren en hij van ellende bijna niet meer op zijn pootjes kon staan. Toen ik het dier in de houdgreep nam en probeerde de enorme bult op één van de teentjes uit te knijpen spoten er tot mijn verbazing drie grote rups achtige wormen uit. Wit, als een rups… niets geen pus maar de maden van mapuzivliegen. Deze vliegen leggen eitjes op natte was of vochtige aarde. De ongelukkige die zijn kleren niet strijkt of de grond niet op laat drogen en op de vochtige plek gaat liggen loopt het risico de eitjes op te pikken. Als ze uitkomen dringen de minuscule larven door de huid het lichaam binnen. In je lijf eten de maden zich rond tot ze groot genoeg zijn en zich uit je lichaam laten vallen om zich te ontpoppen tot een vlieg. De maden maken een luchtgang waardoor ze zo nu en dan hun mond naar buiten steken om te ademen. Tenzij je de grootte van een muis bent ga je hier niet aan dood maar vervelend en pijnlijk is het wel. Bult voor bult drukten Andrew en ik, onder gejammer van het puppy, de maden naar buiten en desinfecteerden de gaten. We verwijderden meer dan vijftien maden en na onze behandeling kon het arme dier in ieder geval weer op zijn poten staan. Ik gaf het een antibiotica injectie en Andrew de instructie door te gaan met de behandeling tot alle bulten weg waren. Toen ik een week later weer kwam kijken kwam mij een vrolijk speels puppy, zonder bulten, tegemoet rennen. Hoewel iedereen hier de verhalen kent over hoe mensen met een stuk vlees de maden van deze vlieg uit hun lijf lokken had ik ze nog nooit in levende lijfe gezien. Ik heb maar besloten dat ik er gewoonte van ga maken ook mijn ondergoed goed heet te strijken…!
X Es